Stichting M.C. van Beek
De Stichting M.C. van Beek is diep geworteld in het levenswerk van mejuffrouw M.C. van Beek, ook wel ‘tante Mien’ genoemd. In de jaren vijftig begon zij een christelijk pension aan de P.C. Hooftlaan in Zeist. Dit pension ontwikkelde zij in de jaren zestig tot een beschermende woonvorm. Tot aan haar overlijden in 1999 gaf tante Mien gastvrijheid en vrijgevigheid concreet vorm, steeds geleid door de Bijbel. In haar woonvorm woonden mensen midden in een gewone wijk, met opvang die volledig gericht was op rehabilitatie. Zij keek naar ieders mogelijkheden en sprak bewoners daarop aan, een aanpak die haar tijd ver vooruit was.
Na haar overlijden kon het werk niet direct worden voortgezet, omdat het te nauw verweven was met haar persoonlijke inzet en levenswijze. Uit haar werk is echter de Stichting M.C. van Beek voortgekomen, een fonds dat christelijke projecten ondersteunt die gericht zijn op huisvesting in een maatschappelijke omgeving voor mensen met psychosociale of psychiatrische problemen. Het fonds wordt gevoed door inkomsten uit belegd vermogen. Het bestuur komt meerdere keren per jaar bijeen om aanvragen te beoordelen op basis van vastgestelde criteria, die zijn terug te vinden op de pagina ‘Aanvragen’.
Contact opnemen
Bestuur
Het bestuur van de Stichting M.C. van Beek bestaat uit familieleden van mejuffrouw Van Beek (Ina van Beek en Dorine Enserinck) en uit leden die nauw verbonden zijn met haar christelijke levensovertuiging. Samen brengen zij deskundigheid mee op het gebied van financieel beheer en zorg & welzijn. Zo kan de Stichting op een betrokken en professionele manier worden geleid en haar doelstellingen effectief realiseren.

Ina van Beek
secretaris en donaties
Martin Slootweg
penningmeester en financiële commissie
Dorine Enserinck
donaties
Gerard van Delft
financiële commissie
Overig
De bestuursleden van Stichting M.C. van Beek verrichten hun werkzaamheden onbezoldigd. Desgewenst kunnen zij een vrijwilligersvergoeding ontvangen tot het wettelijk vastgestelde maximum en gemaakte onkosten declareren.
Achtergrond
Mejuffrouw van Beek, beter bekend als ‘tante Mien’, opende haar huizen voor mensen die onderdak nodig hadden. Zij leidde een sober leven en investeerde haar inkomsten steeds opnieuw in de aankoop van extra huizen, zodat ze steeds meer mensen kon opvangen. In en rond de P.C. Hooftlaan in Zeist ontstond zo een bijzondere woonvorm. Mensen die jarenlang in een psychiatrische instelling hadden gewoond, vonden bij haar een nieuw thuis, in een mooi huis aan een gewone straat.
De bewoners werkten mee om het huis op orde te houden. Ieder droeg bij en had zijn of haar eigen taak. De één werkte in de tuin, een ander zorgde voor het eten en het dekken van de tafel, weer iemand anders deed de was. Iedereen werd aangesproken op zijn of haar verantwoordelijkheden en kwaliteiten. Er werd samen gelachen, gepraat, gezwegen, en gebeden; soms was er een conflict. Tante Mien leefde te midden van haar bewoners, vrijwel zonder privacy. Het was voor die tijd heel vooruitstrevend dat mensen met een psychiatrische achtergrond samenwoonden, zonder directe aanwezigheid van professionals.
Spelonk van Adullam
Tante Mien was diep bewogen met mensen die geen plek in de samenleving hadden en noemde haar huis de ‘Spelonk van Adullam’, naar de Bijbelse verwijzing in 1 Samuël 22:1-2 waar David, vóórdat hij koning werd en onder vervolging van Saul, verbleef. Deze plek was een toevluchtsoord voor mensen die benauwd waren, schulden hadden of waarvan de ziel bitter bedroefd was — een groep waartoe zij haar bewoners rekende. Haar werk was geworteld in de Bijbel, waaruit zij leefde en haar bewoners Bijbelse leefregels voorhield.
Ze ging voorzichtig om met uitingen van boosheid en trad daadkrachtig op bij spanningen, maar toonde daarnaast veel geduld en veroordeelde mensen niet. Daardoor voelden bewoners zich gesteund en zochten zij haar op in moeilijke tijden. Ze sprak vaak over haar HEERE, en samen werd er aan tafel gebeden en uit de Bijbel gelezen. Zondagen stonden in het teken van rust, zonder werk, en iedereen kon naar de kerk gaan waar hij of zij zich thuis voelde. Gedurende de week draaide vaak de EO-radio, wat de religieuze sfeer versterkte.
Toen tante Mien overleed, werd haar werk voortgezet via het fonds van de Stichting M.C. van Beek, gevormd uit de verkoop van haar huizen. Dit fonds richt zich op het ondersteunen van projecten die gericht zijn op het huisvesten van mensen met psychiatrische of psychosociale problemen, vooral in een maatschappelijke omgeving. De stichting geeft bijzondere steun aan initiatieven die, net als tante Mien, vanuit een christelijke levensovertuiging zijn opgericht en die buiten de gebaande paden opereren. Haar neef, Arie van Beek, die tevens de eerste voorzitter van het bestuur was, speelde een cruciale rol in de oprichting van deze stichting. Hij leidde de stichting doortastend door moeilijke tijden en nam het initiatief tot de vorming van het fonds
