Sociale veiligheid van bewoners in kleinschalige woonvormen [1]

Beleid maken rond sociale veiligheid kan voor kleine instellingen een grote klus zijn, daarom willen wij u hierbij ondersteunen met deze zogenaamde ‘Veiligheidschecklist’ [2]. U kunt deze gebruiken om uw veiligheidsbeleid te toetsen en zo nodig te verbeteren.  

De stichting M.C. van Beek hecht groot belang aan sociale veiligheid (beschermd zijn tegen grensoverschrijdend gedrag). Organisaties die een aanvraag voor een financiële bijdrage indienen, vragen we de checklist in te vullen. We verwachten niet dat instellingen alle genoemde maatregelen in huis hebben. We hechten echter veel waarde aan bejegenings- en preventiebeleid. Daarom is een gedragscode en het opvragen van een VOG vereist. Dit dient u te hebben of binnen korte termijn te realiseren, om in aanmerking voor een financiële bijdrage van Stichting MC van Beek. De checklist kan verder gezien worden als een groeimodel, waarin instellingen aan steeds meer punten kunnen gaan voldoen. Ter ondersteuning hiervan biedt de stichting M.C. van Beek de instelling (voor max. twee deelnemers per organisatie) gratis de Training in veilige handen aan. Voor meer informatie hieromtrent zie ‘faciliteer deskundigheidsbevordering’ als onderdeel van het Bejegeningsbeleid.

De kracht van kleinschaligheid is de nabijheid. Hoe die eigenheid te bewaren en te zorgen voor veiligheid voor een ieder? Dit vraagt om een klimaat dat getuigt van gelijkwaardigheid en respect, waarin gevoelens van onveiligheid tijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Helaas lopen kwetsbare mensen meer risico op grensoverschrijdend gedrag. Extra reden om als organisatie een visie op veiligheid te hebben, vertaald in heldere richtlijnen voor het handelen van een ieder. Daarnaast vraagt wet- en regelgeving om een duidelijke aanpak. Denk aan de onlangs aangescherpte Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de Jeugdwet, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de eisen die de Wmo stelt. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en gemeentelijke toezichthouders houden toezicht op kwaliteit en veiligheid. Deze checklist is gebaseerd op de wettelijke eisen die gesteld worden aan sociale veiligheid.

Grensoverschrijdend gedrag is een breed begrip, het kan gaan om mishandeling of misbruik, maar ook om verwaarlozing, pesten of discriminatie (Janssen, 2012) [3]. Bij de punten van deze checklist staat telkens een korte toelichting en links naar nuttige documenten of websites. Ook is een overzicht met relevante werkwijzen en handreikingen opgenomen om het zoeken naar meer informatie te vergemakkelijken. Aan het eind staat een stroomschema dat duidelijk maakt welke wetten gelden en welke stappen nodig zijn voor welke vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Het is onvermijdelijk dat zo’n korte tekst vaktermen bevat en qua terminologie mogelijk niet helemaal past bij uw organisatie. Zo hebben we het over bewoners, u kunt hier ook cliënten lezen. Met medewerkers doelen wij op betaalde en onbetaalde medewerkers, tenzij anders vermeld.


[1] Dit document is een coproductie van de Stichting M.C. van Beek, Movisie en Marijke Lammers Bejegeningsvraagstukken

[2] Natuurlijk zijn er ook andere aspecten van veiligheid zoals Arbo-, voedsel-, medicatie- en brandveiligheid. Daarvoor verwijzen we naar de checklist veiligheid kleinschalige woonvormen.

[3]  Zie: Toolkit werken aan sociale veiligheid, p. 10. Voor overige definities verwijzen wij naar het Whitepaper Seksuele grensoverschrijding

Veiligheidsbeleid

Veiligheidsbeleid bestaat idealiter uit drie delen:

  1. Zo gaan we hier met elkaar om: Bejegeningsbeleid.
  2. Risico’s zoveel mogelijk beperken: Preventiebeleid.
  3. Wat te doen als het onverhoopt misgaat? Reactiebeleid.

 

Hieronder staat het document als PDF en worden de onderdelen van het veiligheidsbeleid nader toegelicht. Op de pagina Aanvragen staan de onderdelen van het veiligheidsbeleid in een checklist.

Download de checklist

  1. Formuleer een visie rond gewenst gedrag en leg een gedragscode en omgangsregels vast

In het bejegeningsbeleid formuleert de organisatie zijn mens- en zorgvisie en de gewenste omgang. Klik hier voor een voorbeeld van een visie op veiligheid. Onderdeel hiervan is ook de omgang met relaties en seksualiteit. Zie voor voorbeelden: Seksualiteitsbeleid in ggz-organisaties en Seksualiteitsbeleid of struisvogelpolitiek.

Een gedragscode biedt duidelijkheid over gewenst en ongewenst gedrag in de relatie medewerker-bewoner. De code wordt bij alle arbeids-, stage- en vrijwilligersovereenkomsten gevoegd. Het is van groot belang dat de code gaat leven in de organisatie en dat hij bij iedereen bekend is. Zie voor een voorbeeld van een gedragscode de Toolkit werken aan sociale veiligheid, bijlage 2.

Omgangsregels
zijn er voor iedereen; bewoners, medewerkers, maar ook bijv. voor gasten van uw bewoners. Voorbeeld omgangsregels zie de Toolkit werken aan sociale veiligheid, bijlage 1.

U kunt de omgangsregels samen met cliënten/bewoners formuleren: Tips voor het maken en implementeren van omgangsregels.

Zorg dat het onderwerp bespreekbaar is en zet bejegening, gedragscode en omgangsregels regelmatig op de agenda. Neem het bijvoorbeeld ook op in medewerkers- en cliënttevredenheidsonderzoek.

 

  1. Faciliteer deskundigheidsbevordering

Professionals moeten kennis hebben van signalen en handvatten hebben om gedrag adequaat te beoordelen, bespreekbaar te maken en om gepast te reageren. Deskundigheidsbevordering is dus nodig op alle onderdelen van het veiligheidsbeleid: bejegenings–, preventie- en reactiebeleid. Het begint met bewustzijn van (on)veiligheid, een ‘niet pluis’ gevoel serieus nemen. Training kan daarbij helpen; kennis van signalen, leren gedrag bespreekbaar te maken en weten welk stappen gezet moeten worden.

De Stichting M.C. van Beek en Porticus bieden daarom (max. twee medewerkers per organisatie) gratis de Training in veilige handen aan, waarin alle onderwerpen van de checklist aan bod komen. Dit is een basistraining. Verdieping op specifieke onderwerpen kan nodig zijn. Bijvoorbeeld over methodisch handelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag: vlaggensysteem.nl of over relationeel grensoverschrijdend gedrag: www.movisie.nl/relatiewijs.

Inter- en supervisie dragen bij aan een open sfeer die de veiligheid in een instelling ten goede komt. Het is wenselijk dat medewerkers die mogelijkheid krijgen, zodat ze sterk aan het werk kunnen blijven.
Besteed aandacht aan het leren omgaan met agressie. Zorg voor goede nazorg na incidenten. Zie bijvoorbeeld de Handreiking schokkende gebeurtenissen (via www.agressievrijwerken.nl).

 

Preventiebeleid is gericht op het opsporen en beïnvloeden van factoren die het risico van grensoverschrijding vergroten en al in het aanstellingsbeleid rekening te houden met de veiligheid.

  1. Neem het juiste personeel aan
    Vergewisplicht en verklaring omtrent gedrag (VOG)Vergewisplicht: het is zeer wenselijk (en in sommige gevallen verplicht) om onderzoek te doen naar het arbeidsverleden van nieuwe professionele krachten, waaronder uitzendkrachten. Bijv. door de beroepsregisters te raadplegen en een VOG op te vragen. U mag uiteraard ook de geschiktheid van vrijwilligers en mantelzorgers onderzoeken. Maar dit is niet wettelijk verplicht. Zie VergewisplichtVerklaring omtrent gedrag: Vraag nieuw personeel naar een VOG. Dit is een verklaring die aangeeft dat het gedrag van de nieuwe medewerker in het verleden geen bezwaar vormt voor de functie die hij gaat vervullen. Zie Aanvragen VOG.Werkt u met vrijwilligers? ls uw organisatie voldoet aan de gestelde eisen, kunnen zij een gratis VOG aanvragen. Zie gratisvog.nl.

 

  1. Bescherm medewerkers tegen agressie en geweld
    Werkgevers zijn verplicht om hun personeel te beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting, waaronder agressie, seksuele intimidatie en discriminatie door zowel eigen personeel als door bewoners en bezoekers. U kunt maatregelen treffen om dit te voorkomen. Het begint weer met de omgangsregels en deskundigheid. Zie ook het

 

  1. Breng risico- en beschermende factoren in kaart
    Beschermende factoren kunnen grensoverschrijding voorkomen. Risicofactoren zijn gedrag, omstandigheden of kenmerken die de kans op grensoverschrijding vergroten. Onveiligheid kan voorkomen tussen bewoners onderling, in de zorgrelatie, bij familie en bekenden, in de dienstverlening, en door derden, (on-)bekende anderen. Goed om u er bewust van te zijn dat er ook buiten de eigen instelling oog voor veiligheid dient te zijn. Veel onveiligheid speelt zich af tussen bewoners onderling, maar ook buitenshuis (sportclub, taxivervoer) zijn er risico’s die in kaart moeten worden gebracht. En in huiselijke kring zijn er risico’s op kindermishandeling en huiselijk geweld.Risicofactoren in instellingen: Toolkit werken aan sociale veiligheid, bijlage 3 en Beschermende en risicofactoren bij kindermishandeling (NJi).

 

  1. Breng risico- en beschermende factoren in kaart Vertrouwenspersoon / Vertrouwenscontactpersoon
    De drempel om klachten of vermoedens van grensoverschrijdend gedrag aan te kaarten kan hoog zijn. Een vertrouwenspersoon biedt een laagdrempelige en onafhankelijke mogelijkheid om dilemma’s en vermoedens over grensoverschrijding en seksueel misbruik op een veilige manier te bespreken. Een vertrouwenspersoon kan iemand binnen de instelling zijn, maar het kan ook een externe persoon zijn. Een interne vertrouwenscontactpersoon is een alternatief. Deze is dan het eerste aanspreekpunt bij grensoverschrijdend gedrag en kan zo nodig doorverwijzen naar een vertrouwenspersoon buiten de instelling (zie hieronder). De Jeugdwet verplicht om gebruik te maken van vertrouwenspersonen van het AKJ.

 

Voor bewoners en ouders /vertegenwoordigers:
Het AKJ – vertrouwenspersonen in de Jeugdhulp voert het onafhankelijk vertrouwenswerk uit dat onder de Jeugdwet valt en is er voor jeugdigen en hun ouders/verzorgers.
De Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen is een beroepsvereniging van vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen, integriteit en/of combinaties daarvan. Via hun website kunt u op zoek naar een externe vertrouwenspersoon bij u in de buurt.
De Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) biedt informatie, advies en ondersteuning aan familie en naasten van cliënten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz).

Voor medewerkers:
U kunt een vertrouwenspersoon aanstellen waarbij medewerkers terecht kunnen met vragen, dilemma’s of vermoedens van grensoverschrijdend gedrag naar bewoners; Van Incident tot Fundament, bijlage 4. Ook kunt u een vertrouwenspersoon aanstellen waarmee medewerkers incidenten met grensoverschrijdend gedrag door bewoners of collega’s naar henzelf kunnen bespreken. Zie ook het Arboportaal.

  1. Weet wat te doen als het mis gaat
    Ondanks alle zorg en oplettendheid kan er toch sprake zijn van een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag. Dan dient er een inschatting gemaakt te worden van de situatie. Is dit een bejegeningsklacht of lijkt er inderdaad sprake te zijn van ernstig grensoverschrijdend gedrag? Dan is het belangrijk te weten hoe de vervolgstappen eruitzien. Hier vindt u het schema vermoeden klacht grensoverschrijdend gedrag.
    Bij sterke vermoedens van ernstige grensoverschrijding staan hierin de wettelijke stappen op een rij. Het valt of staat met een cultuur in de organisatie waarin gesproken kan worden over twijfels, vermoedens en fouten en waar wordt geleerd van fouten.

Veilig incidenten melden binnen de organisatie
Het moet duidelijk zijn hoe medewerkers intern veilig incidenten en calamiteiten kunnen melden. Doel is dat deze worden besproken om ervan te leren en zo de zorg of werksituatie te verbeteren.

Calamiteiten melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)

U bent verplicht sommige incidenten te melden bij de Inspectie, zoals geweld richting een cliënt door een zorgverlener, of een ander die in uw opdracht werkt, of geweld tussen cliënten onderling. Daarnaast bent u verplicht om calamiteiten te melden bij IGJ. Een calamiteit is een onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid.

Calamiteiten melden in de Wmo
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de Wmo. Hoe de gemeente het Wmo-toezicht invult laat de wetgever vrij, maar de gemeente is voor het calamiteitentoezicht verplicht om een Wmo-toezichthouder aan te wijzen. Veel gemeenten hebben de GGD aangesteld als toezichthouder.

Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning in Nederland zijn verplicht calamiteiten of geweld te melden bij de toezichthoudend ambtenaar van de gemeente. Hoe dit precies geregeld is, kan per gemeente verschillen. Valt uw instelling onder de Wmo?
Ga in de betreffende gemeente na hoe het toezicht is geregeld, en wat hun calamiteitenprotocol inhoudt.

Aangifte doen
In alle typen instellingen waar incidenten plaatsvinden geldt zo nodig het strafrecht. Zowel voor bewoners als voor medewerkers. U kunt aangifte doen bij de politie of een melding laten maken. Ook is het mogelijk een informatief gesprek met de politie te voeren, zelfs anoniem. Lees hier wat de politie kan doen in geval van seksueel misbruik.

Registratie in het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn.
In het Waarschuwingsregister Zorg & Welzijn kunnen, volgens een door de Autoriteit Persoonsgegevens goedgekeurd protocol, personen worden geregistreerd die over de schreef zijn gegaan richting cliënten.

  1. Maak gebruik van een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
    U bent verplicht een meldcode te hebben waaruit duidelijk wordt hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Met huiselijk geweld wordt gedoeld op de relatie, niet op de locatie. Het gaat dus om geweld door familieleden van bewoners en geweld tussen bewoners als zij een partnerrelatie met elkaar hebben. Ook mensenhandel (waaronder loverboyproblematiek) is inmiddels expliciet opgenomen in de meldcode. Vermoedens meldt u bij Veilig Thuis, daar kunt u ook terecht voor advies. Zie Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Opmerking: bij huiselijk geweld is het de verantwoordelijkheid van de instelling om te signaleren en zo nodig te melden bij Veilig Thuis. Bij grensoverschrijding door een medewerker dient de instelling tevens zelf op te treden jegens de medewerker, naast melding bij de Inspectie. Zie verder het stroomschema.

  1. Zorg voor een klachtencommissie en medezeggenschap
    Geef de bewoner een stem en een mogelijkheid klachten te uiten. Informeer bewoners over waar of bij wie zij met eventuele klachten terechtkunnen en op welke wijze deze worden behandeld.
  • Klachtenregeling: Elke zorgaanbieder moet een klachtenregeling hebben voor een laagdrempelige opvang en afhandeling van klachten.
  • Clientmedezeggenschap: Cliënten of patiënten moeten als groep invloed/inspraak hebben op de dagelijkse leef-, woon- en werkomgeving.
  • Toetsingskader voor jeugdhulpaanbieders: De Inspectie toetst o.a. specifiek of de instelling voor jeugdigen een onafhankelijke vertrouwenspersoon, klachtencommissie en medezeggenschap heeft geregeld voor jeugdigen en hun ouders.