Achtergrond

Meer achtergrond informatie

 

Mejuffrouw van Beek, ‘tante Mien’ uit Zeist. Vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw ontving ze in haar huizen mensen die onderdak nodig hadden. Jarenlang, tot haar dood, bracht ze gastvrijheid en vrijgevigheid in de praktijk. Ze leefde sober. Haar inkomsten besteedde tante Mien aan de aankoop van nieuwe huizen, waardoor ze meer mensen kon opvangen. Het was een opmerkelijke woonvorm aan en rond de P.C. Hooft laan in Zeist. Mensen die jarenlang in een psychiatrische instelling hadden gewoond, vonden bij haar een woning in een mooi huis aan een gewone straat. De bewoners werkten mee om het huis op orde te houden. Ieder had een taak. De een werkte in de tuin, een ander kookte en dekte tafel. Weer iemand deed de was. De mensen werden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en op hun kwaliteiten. Er werd gelachen, er werd gepraat, er werd gezwegen, er werd gebeden. Soms was er een conflict. Tante Mien leefde daartussen zonder al te veel privacy. Het was toen uiterst modern dat mensen met een psychiatrische achtergrond met elkaar samenleefden zonder professionals in hun directe omgeving.

Tante Mien was bewogen met mensen die geen plaats in de samenleving hadden. Ze noemde haar huis Spelonk van Adullam. Die naam komt uit de Bijbel. Voordat David koning werd, in de tijd dat hij door Saul werd vervolgd, verbleef hij in de spelonk van Adullam. Ze hield de nieuwe bewoners voor wat er over deze spelonk geschreven staat: ‘en tot hem vergaderde alle man, die benauwd was, en alle man, die een schuldeiser had, en alle man, wiens ziel bitterlijk bedroefd was.’ (1 Sam. 22: 1,2) De Bijbel is de grond waarin het werk van tante Mien wortelde. Daar leefde ze uit. Ze hield de bewoners bijbelse leefregels voor. Ze was voorzichtig met uitingen van boosheid en trad kordaat op als er spanningen waren. Maar aan de andere kant was ze geduldig, veroordeelde mensen niet. Daardoor zochten haar bewoners steun bij haar. Ze sprak dan veel over haar HEERE. Aan tafel werd gebeden en uit de Bijbel gelezen. Op zondag werd er niet gewerkt. Ieder kon naar de kerk gaan waar hij of zij bij hoorde. Door de week stond de EO-radio vaak aan.

Toen tante Mien overleed, kon het werk op deze manier niet worden voortgezet. Het was te zeer verweven met het leven van deze unieke vrouw die zich met hart en ziel en met heel haar geloofsvertrouwen inzette voor de mensen die op haar pad kwamen en kon leven met weinig privacy. Het bleek wel mogelijk het werk op een andere manier voort te zetten. Uit de verkoop van haar huizen is het fonds van de Stichting M.C. van Beek gevormd, dat tot doel heeft om projecten te steunen die gericht zijn op huisvesting in een maatschappelijke omgeving van mensen met een psychiatrische of psychosociale problemen. Vooral initiatieven die vanuit een christelijke levensovertuiging zijn opgezet en net als tante Mien niet de gebaande wegen gaan, kunnen rekenen op steun vanuit het bestuur. Vooral haar neef, tevens de eerste voorzitter van het bestuur, Arie van Beek, heeft zich hiervoor sterk gemaakt. Hij loodste de stichting doortastend door de roerigste jaren en nam het initiatief tot de vorming van het fonds.